Het zesweeks interbellum
De periode van wapenstilstand tussen de minimaal 2 gevechten, die in mijn lichaam gevoerd moeten worden, is bijna verstreken.
Het is te merken dat dat een hele tijd is, want ook de trouwe volgers beginnen zich te roeren met de vraag: schrijf je nog wel eens wat? En hoe gaat het?
Het vergaat mij ook zo dat ik denk: nu moet er toch weer eens wat gebeuren.
Zes weken
De afgelopen zes weken zijn heel wisselend geweest.
De eerst week was een week van hevige buikpijn, wat al voorspeld was.
De tweede week voelde ik me herboren. Toen konden we herbewapenen, nieuwe krachten opslaan, hergroeperen.
Wel kwam er weer wat nieuws opzetten: een artheroomcyste oftewel een verstopte talgklier. Die zit er al wel een flink aantal maanden in mijn nek, maar nu begon hij te ontsteken. Waarschijnlijk door een verlies aan weerstand.
De dokter schreef meteen een antibioticakuur voor met flucoxacilline. Dat werkte wel: de ontsteking verdween maar een week later begon de klier op te zetten en steeds groter te worden. De dokter stelde voor de klier chirurgisch te laten verwijderen.
Ondertussen ging het in de derde week op een andere manier mis: nu speelde obstipatie mij parten. Dat liep zelfs uit op een tussentijds klysma: een bom moest even de obstakels opruimen.
De vierde week ging weer wat beter: op maandag werd de klier verwijderd in het Elisabeth ziekenhuis in Amersfoort op de POK, de poliklinische OK. Toen was dat leed geleden.
De vijfde week ging nog beter. In die week werden de zes hechtingen verwijderd uit de cyste, waarna dit zich snel herstelde.
Toen was het ook prachtig mooi weer. Die week heb ik heel wat kilometers gefietst: er waren dan bij met 27, 24, 22 km.
Al die weken is mijn bloed getest in het UMC in Utrecht op alle mogelijke waarden en iedere keer weer bleek het heel goed te zijn.
Dr Van Erpecum vond het daarom niet nodig deze laatste week nog een keer een test te doen. Ook hij verbaasde zich over mijn conditie, dat ik nog steeds zoveel kilometer kon fietsen. Dat deed hij me niet na, was zijn reactie.
Volgende week maandag 8 juni wordt er een MRI-scan gemaakt in Utrecht om ook de technische kant goed te kunnen bekijken.
Als het goed is, wordt er een zwart gat zichtbaar in de lever, dat zich vult met vocht.
Aan de hand van de resultaten wordt dan 3 dagen later op donderdag 11 juni beoordeeld hoe we verder gaan met het tweede deel van het gevecht.
Ook de andere helft van de tumor moet op dezelfde manier bestreden worden.
Dat zal dan hopelijk zo snel mogelijk daarna gebeuren.
Herstel?
De laatste weken begin ik zelf het idee te krijgen dat de behandeling toch wel wat oplevert, al is de vermoeidheid niet voelbaar verminderd.
De lever zelf voel ik minder als ik op mijn zij lig.
Aan de andere kant voel ik ook de milt minder: het lijkt er op dat de bloedstuwing is verdwenen.
Ook het volle gevoel is doorgaans weg. De galsmaak is grotendeels verdwenen.
Mijn conditie verandert niet veel, wordt misschien zelfs wel beter.
De afgelopen week met het prachtige zomerweer heb ik zoals gezegd diverse keren meer dan 20 km gefietst, tot max 27 km toe, zonder echt vermoeid te zijn. Het typische is zelfs dat ik tot minder in staat ben als ik me ook minder inspan. Dus inspanning brengt nieuwe energie.
Zo neemt de hoop weer toe op een goede afloop.
Maar in alles voelen we ons gedragen op en in Gods vaderhanden.
Onze blijdschap, ons sieraad
Afgelopen zondag was voor ons ook een topdag in ons leven: onze jongste, Ada, deed belijdenis van haar geloof. En dat met zulke ouders, met zoveel lek en gebrek.
Wat een wonderlijke Vader hebben we toch, die ons ook dit weer doet meemaken.
Groter blijdschap ken ik niet dan dat ik hoor dat onze kinderen in de waarheid willen wandelen. (3 Joh 1:4)
We blijven onze zegeningen tellen. We blijven vol goede moed en houden het oog gericht naar boven.
dinsdag 2 juni 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten