vrijdag 4 december 2009

Ollie B Bommel en de middeleeuwers

Ollie B Bommel en de Middeleeuwers
De afgelopen weken hebben we weer diverse bezoeken gebracht aan het UMC.
We hebben leuke dingen meegemaakt en minder leuke. Maar er wordt in ieder geval wat gedaan. Er gebeurt altijd wel wat, zoals heer OBB te R placht te zeggen.
MRI of Moedig Riool In
Het begon op dinsdag 17 november met een MRI. Als heer wordt je dan in een rioolbuis geschoven, die gelukkig droog blijft, maar verder voel je je een soort rat. Allerlei enge geluiden hoor je en voel om je heen: stampen, schuren, ratelen, ronken, schudden, schuiven. Het is niet niks waaraan je je moet overgeven. Om het aangenaam te maken krijg je een koptelefoon op, waardoor men met je communiceert: ligt u er nog? Ja, waar moet je heen, je ligt bijna klem. Wilt u even 20 seconden de adem in houden? Eerst diep inademen, dan uitademen, dan weer inademen en vasthouden. Nou, 'k wist niet dat 20 seconden zo lang was. Ik heb wel eens stiekem gesmokkeld. Een mens laat zich toch niet zomaar verstikken in een rioolbuis?
Voordat ze je er in schuiven, mag je nog even een wens doen: van welke muziek houdt u? Nou, doe mij maar klassiek: hebben we niet, dan maar Radio 5. Ook goed. Maar door al dat geratel en gepiep en gekraak is er weinig klassieks van te maken. We hebben het overleefd.
Gelukkig hadden we geen verdere afspraken gemaakt, ook niet over de uitslag van het onderzoek. Maar die Dokter Van den Bosch is een woudreus: woensdagavond belde hij al: de tumor is weer geslonken en het weefsel kleurt steeds beter, homogener. Niemand kan aanvoelen hoe blij wij waren met dit bericht. Wel moest ik hem vertellen dat ik de laatste tijd nogal wisselend geel zie. Niet vanuit mijn ogen , maar in mijn ogen. Als u begrijpt wat ik bedoel. Het wordt nogal technisch. Ik had dat niet moeten vertellen, denk ik nu wel eens, want toen begon er een ander balletje te rollen. En dat is weer een verhaal apart: het script voor een nieuwe Bommel-pocket!
Het Syndroom van down
Het begon zo: Heer Bommel had last van neerslachtigheid, want de grauwe luchten drukten hem! Wouter en Tiny noemen dat het echte Syndroom van down. Maar ja, een heer van mijn stand gaat naar de wintersport, alleen moest hij nu binnen een week weer terug zijn. Daarvoor hoef je je tandenborstel niet te pakken. Dus bleef hij maar thuis in het kille slot Twillerstein te BS. En gaf hij zich over aan de gemaakte afspraken.
Mist Doet Laveren
2 december: bloedafname in opdracht van Dokter Van Knerpenstein. Lekprikken kunnen ze wel, maar stoppen is moeilijker. Dus kwam heer OBB thuis met een onderhuidse lekkage.
3 december: weer bloedafname, maar nu in opdracht van Dokter Zon op de Berg. Daarna gesprek met eerder genoemde dokter Van Knerpenstein, een van de middeleeuwers, als MDL-arts een duskundige. MDL staat waarschijnlijk voor: Mist Doet Laveren.
Hij zit achter een groot bureau, met een beweeglijk scherm, waarop hij allerlei gegevens schijnt te kunnen vinden, die op jou betrekking hebben. Hij praat met het scherm en als je iets vragen wilt, dan roep je: mag ik u iets vragen? Dan geeft hij het scherm antwoord. Gelukkig zit je zo dichtbij dat je het ook hoort. Je weet alleen nooit op welke vragen hij je antwoord geeft, want meestal klopt het niet met de zojuist gestelde vraag. Hij is een middeleeuwer, dus hij zou wel eens doof kunnen zijn, maar dat merk je aan niets. Ondertussen zit hij te meelen, of is het malen? Hij ramt wat op allerlei knopjes, die op een toetsenbord voor hem staan. Het lijkt net professor Sickbock, maar dan zonder sick. Verder laat hij steeds merken dat hij duskundig is: elke middeleeuwer is duskundig, want hij heeft tenminste levenservaring. Van nieuwe ontwikkelingen heeft hij nooit gehoord, daar wil hij ook niet van horen en als hij er over hoort, drukt hij ze weg: die kunnen niet bestaan. Alleen ik ben duskundig.
Helaas merkte hij dat ik op vrijdag een afspraak had met Dokter Zon op de Berg, een nucleair radioloog. Waar zou die van weten: gauw een meeltje: bezoek niet nodig.
In een mistige omgeving wordt je nooit veel wijzer: dat bleek, in de spreekkamer waren niet eens ramen, waardoor je kon ontsnappen, zelfs het licht was voor de helft uit. En de uitleg beantwoordde volledig aan het algehele gevoelen: mistig.
Zonnestraal
Vrijdag 4 december hadden we tenslotte een gesprek met Dokter Zon op de Berg, een nucleair radiologisch oncoloog. Dat was van andere aard. Een open houding, een luisterend oor, een spraakzame, ratelmond.
Hij gaf uitleg aan de hand van een klein model van een deel van de torso; hij liet wat foto's zien op de computer van de situatie van nu. Hij gaf een heldere, zinnige, maar niet altijd zonnige uitleg. Dat is wel eerlijk. De tumor is duidelijk afgenomen; het weefsel kleurt duidelijk anders. Een deel van het weefsel is al afgestorven. Dat proces duurt wel 9 maanden.
Ondertussen is mijn geelzucht een complicatie. Er moet eerst onderzocht worden wat de oorzaak is, pas daarna kan men een oplossing gaan bedenken. De geelzucht wordt veroorzaakt door een te groot gehalte bilirubine in het bloed. Normaal is de waarde daarvan 121, bij mij ligt die op 144, maar hij kan wel oplopen tot 400. Ik zit er dus maar 23 boven. Hij beaamt dat dat niet veel is, maar een langdurig hoog gehalte kan complicaties veroorzaken: is met name nadelig voor de hersenen. Het hoge gehalte heeft te maken met een verminderde afvoer van de gal door de galwegen. Er kan een blokkade zitten door een galsteen, die je niet voelt, ook het afgestorven leverweefsel kan de galwegen dichtdrukken of een deel van de tumor zit in de galweg. Dat moet eerst onderzocht worden voordat er verder actie kan worden ondernomen. Dat gaat allemaal a.s. dinsdag 8 december gebeuren. Pas daarna kan besloten worden hoe de aanpak verder is. Een galsteen is het gemakkelijkst. Die kan via de maag verwijderd worden. Verwijden van de galwegen door het plaatsen van een buisje kan ook via de maag, maar is al moeilijker vanwege de anatomie: hoe kom je er bij, eh ik bedoel: hoe kom je erin? Een stent naar buiten is ook een optie, maar weer infectiegevoelig.
De behandelmogelijkheden zijn nog niet uitgeput. Maar eerst zal de oorzaak vastgesteld moeten worden. Dat wachten we dus maar even af. Ondertussen verliezen we de hoop en de moed niet.
Op 18 december hoop ik weer mee te kunnen werken aan een prachtig, kort en krachtig concert in de NH-kerk aan de Dorpsstraat in Bunschoten.